Multiplier
Wat is de multiplier in de economie?
De multiplier of het multipliereffect beschrijft hoe een extra bestedingsimpuls groter uitpakt dan het oorspronkelijke bedrag. Wanneer de overheid een brug laat bouwen, wordt het bedrag inkomen voor het bouwbedrijf en zijn werknemers. Zij besteden een deel weer, waardoor anderen inkomen krijgen, die op hun beurt weer een deel besteden. Het totaaleffect op het nationaal inkomen is een veelvoud van de eerste impuls. Het begrip hoort bij de keynesiaanse theorie. In de financiële wereld wordt “multiple” ook gebruikt voor waarderingsverhoudingen, maar dat is een ander begrip.
Formule van de multiplier
Multiplier = 1 / (1 minus marginale consumptiequote) = 1 / marginale spaarquote
In een open economie met belasting en import lekt er meer weg: Multiplier = 1 / (marginale spaarquote + marginale belastingquote + marginale importquote). De marginale consumptiequote is het deel van een extra euro inkomen dat wordt besteed.
Rekenvoorbeeld van de multiplier
Stel dat de marginale consumptiequote 0,8 is en de overheid 10 miljoen euro extra uitgeeft. De multiplier is 1 / (1 min 0,8) = 5. Het nationaal inkomen stijgt dan theoretisch met 5 x 10 miljoen = 50 miljoen euro.
Stel dat er ook belasting (0,1) en import (0,1) bij komen, naast een spaarquote van 0,2. De multiplier is dan 1 / (0,2 + 0,1 + 0,1) = 2,5 en het effect van 10 miljoen euro is 25 miljoen euro.
Hoe bereken je het nationaal inkomen met de multiplier?
Via de bestedingsmethode is het nationaal inkomen gelijk aan consumptie plus investeringen plus overheidsbestedingen plus export min import. De multiplier laat zien hoe een verandering in een van die posten doorwerkt. Zie ook het bbp.
Wat is het crowding-out effect bij de multiplier?
Extra overheidsuitgaven kunnen private bestedingen verdringen. Leent de overheid veel, dan kan de rente stijgen waardoor bedrijven minder investeren. Het netto effect van de multiplier is dan kleiner dan de formule voorspelt.
Waar let je op bij de multiplier?
De multiplier is een model, geen vaste waarde. Ze hangt af van het consumptiegedrag, de openheid van een economie en de inflatie. Bij volledige bezetting van productiemiddelen leidt extra vraag eerder tot hogere prijzen dan tot meer productie. Het inverdieneffect, de belastingopbrengst en lagere uitkeringen door extra bestedingen, maakt de netto kosten van een impuls lager dan het bruto bedrag.
Veelgestelde vragen over multiplier
Wat is het multipliereffect?
Het multipliereffect is het vermenigvuldigende effect van extra bestedingen op het nationaal inkomen. Elke euro die wordt besteed, wordt voor de ontvanger inkomen dat deels opnieuw wordt besteed.
Hoe bereken je de multiplier?
Deel 1 door het aandeel van extra inkomen dat uit de keten lekt: 1 / (marginale spaarquote + belastingquote + importquote). Zonder belasting en import is dat 1 / (1 min de marginale consumptiequote).
Wat is het crowding-out effect?
Het crowding-out effect treedt op als extra overheidsuitgaven private bestedingen verdringen, bijvoorbeeld doordat de overheid leent en de rente stijgt, waardoor bedrijven minder investeren.
Wat is een inverdieneffect?
Het inverdieneffect is het deel van de kosten van extra overheidsuitgaven dat terugkomt via hogere belastinginkomsten en lagere uitkeringen.
Wat is de effectieve vraag?
De effectieve vraag is de totale bestedingen in een economie waar ook echt geld voor is: consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en export min import.