DFTDe Financiële Termenlijst

Substitutie en complementaire goederen

Bijgewerkt 6 oktober 2026
DefinitieSubstitutiegoederen zijn goederen die elkaar kunnen vervangen, zoals boter en margarine. Complementaire goederen worden samen gebruikt en vullen elkaar aan, zoals een printer en inkt. De kruiselasticiteit van de vraag is bij substituten positief en bij complementen negatief.

Wat zijn substitutiegoederen?

Substitutiegoederen, ook substituten of substitutieproducten, zijn goederen die elkaar kunnen vervangen omdat ze in dezelfde behoefte voorzien. Wordt het ene goed duurder, dan kiezen consumenten vaker voor het andere. Voorbeelden zijn boter en margarine, thee en koffie, of de trein en de bus.

Wat zijn complementaire goederen?

Complementaire goederen, ook complementen, worden samen gebruikt. De vraag naar het ene goed hangt dus samen met de vraag naar het andere. Voorbeelden zijn een printer en inkt, een auto en benzine, of een spelcomputer en spellen. Wordt het ene goed duurder, dan daalt de vraag naar beide.

Wat is het verschil tussen substitutiegoederen en complementaire goederen?

SubstitutiegoederenComplementaire goederen
RelatieVervangen elkaarVullen elkaar aan
Prijs van goed A stijgtVraag naar B stijgtVraag naar B daalt
KruiselasticiteitPositiefNegatief
VoorbeeldBoter en margarinePrinter en inkt

Het begrip substitutie in de economie wordt ook gebruikt voor het vervangen van productiefactoren, zoals arbeid door machines. Op deze pagina gaat het om consumptiegoederen.

Hoe bereken je de kruiselasticiteit?

Formule: kruiselasticiteit = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid van goed B gedeeld door de procentuele verandering van de prijs van goed A.

Rekenvoorbeeld van substitutie

Stel dat de prijs van koffie met 10 procent stijgt en de vraag naar thee daardoor met 4 procent toeneemt. De kruiselasticiteit is dan 4 gedeeld door 10, dus 0,4. Die is positief, dus thee en koffie zijn in dit voorbeeld substituten. Daalt de vraag naar inkt met 6 procent als printers 10 procent duurder worden, dan is de kruiselasticiteit min 0,6 en zijn het complementen. Dit zijn voorbeelden, geen gemeten cijfers.

Substitutie en inferieure goederen

Bij een inferieur goed daalt de vraag als het inkomen stijgt, omdat mensen overstappen op een beter alternatief. Dat is een inkomenseffect, geen prijseffect tussen twee goederen. Lees meer bij inferieure goederen en elastische en inelastische vraag. Hoe sterk de vraag reageert, hangt ook af van de beschikbaarheid van substituten: hoe meer alternatieven, hoe gevoeliger de vraag voor een prijsverhoging.

Veelgestelde vragen over substitutie en complementaire goederen

Wat is substitutie?

Substitutie is het vervangen van het ene goed door het andere, bijvoorbeeld omdat het eerste duurder wordt.

Wat zijn complementaire goederen?

Complementaire goederen worden samen gebruikt, zodat de vraag naar het ene goed samenhangt met de vraag naar het andere. Voorbeelden zijn auto en benzine.

Wat is het verschil tussen substitutiegoederen en complementaire goederen?

Bij substituten stijgt de vraag naar het ene goed als het andere duurder wordt. Bij complementen daalt de vraag naar beide als een van beide duurder wordt.

Wat zijn voorbeelden van substitutiegoederen?

Boter en margarine, thee en koffie, bus en trein, of verschillende merken cola. De vervanging hoeft niet volledig te zijn.