DFTDe Financiële Termenlijst

Stagflatie

Bijgewerkt 4 oktober 2026
DefinitieStagflatie is een situatie waarin de economie nauwelijks groeit of krimpt, de werkloosheid hoog is en de prijzen tegelijk stijgen. Het woord is een samentrekking van stagnatie en inflatie. Het CBS noemt de jaren 1973 tot en met 1981 het tijdvak van de stagflatie in Nederland.

Waarom is stagflatie lastig?

Normaal gaat hoge werkloosheid samen met lage inflatie. Bij stagflatie niet, waardoor beleid dat de ene kant bestrijdt de andere kant verergert: renteverhogingen remmen de prijzen maar ook de groei.

Welke cijfers kenmerkten de stagflatie in de jaren zeventig?

De inflatie piekte in Nederland op 10,2 procent in 1975, vlak boven de 10,0 procent van 2022. De werkloosheid steeg van 4,2 procent in 1975 naar 9,0 procent in 1983.

Stagflatie nu?

De Nederlandsche Bank beschrijft in de Voorjaarsraming van juni 2026 een zwaar scenario met 0,5 procent groei in 2027, 4,6 procent inflatie en een werkloosheid boven 5 procent. Dat is een scenario en geen verwachting.

Cijfers en bronnen van stagflatie

CijferWaardePeriodeBron
Nederlandse inflatie recent: van de piek van 2022 naar 20262022: 10,0%; 2023: 3,8%; 2024: 3,3%; 2025: 3,3%; 2026 maandcijfers: jan 2,4%, mrt 2,7%, mei 3,5%, jun 2,9%, jul 3,2%, aug 3,3%2022 tot augustus 2026CBS StatLine 70936NED: Jaarmutatie consumentenprijsindex vanaf 1963 (API)
Misery Index (inflatie + werkloosheid) Nederland: eigen berekening op CBS-reeksen1974: 12,9; 1975: 14,4 (piek jaren zeventig); 1976: 13,4; 1981: 12,3; 1982: 13,4; 1983: 11,8; 2022: 13,5 (10,0 + 3,5); 2025: 7,2 (3,3 + 3,9)1974-1983, 2022, 2025Eigen berekening: CBS 70936NED (jaarmutatie CPI) plus CBS 83752NED (werkloosheid 1974-1983) en CBS 80590NED (werkloosheid 2022 en 2025, 15-75 jaar) (API)
Werkloosheid Nederland recent2022 jaargemiddelde 3,5%; 2025 jaargemiddelde 3,9%; augustus 2026: 4,0% (seizoengecorrigeerd), 4,1% (niet-seizoengecorrigeerd)2022 tot augustus 2026CBS StatLine 80590NED: Arbeidsdeelname en werkloosheid per maand (15 tot 75 jaar) (API)
DNB Voorjaarsraming juni 2026: raming Nederland en vergelijking met 1973Olieprijs ongeveer +90% in enkele maanden, een kleinere stijging dan in 1973; bbp-groei 2026: 0,8% (1,0 procentpunt lager dan 2025), 2027: 1,2%, 2028: 1,3%; inflatie 2026: 2,7%; werkloosheid 2028: 4,3% (evenwichtswerkloosheid)2026-2028 (raming dd. juni 2026, informatie t/m 21 mei 2026)DNB: Voorjaarsraming juni 2026 (PDF)
DNB: zwaar scenario 2026-2028 (anders dan basisraming)Zwaar scenario: bbp-groei 2027 slechts 0,5% (en 1,0% in 2028), HICP-inflatie piekt op 4,6% in 2027, werkloosheid loopt op tot boven 5%; ongunstig scenario: HICP circa 2,9% in 20272026-2028DNB: Voorjaarsraming juni 2026, hoofdstuk Alternatieve scenario's met hogere energieprijzen en meer onzekerheid (PDF)
CPB Conceptraming MEV 2027 (14 augustus 2026): basisraming NederlandBbp 2026: 1,4%, 2027: 1,2%; inflatie 2026: 3,3%, 2027: 2,8%; werkloosheid 2026: 3,9%, 2027: 4,0%; koopkracht 2026: +0,6%, 2027: -0,3%; overheidstekort 2026: 2,8% bbp2026-2027CPB: Concept-MEV 2027 (persbericht Dutch economy continues to grow, but higher energy prices feed through to inflation) (HTML)
CPB april 2026: scenario's energieprijzen Iranoorlog (bbp, werkloosheid, inflatie, koopkracht)Langer-Hoger-scenario: olie $160/vat piek (mei 2026), nog $125/vat eind 2027; bbp 2026: 0,3% en 2027: 0,0%; cpi-inflatie 2026: 5,3% en 2027: 3,3%; werkloosheid 2027: 4,9%; mediane koopkracht 2026: -1,4%. Basis (CEP26): bbp 1,4%/1,1%, inflatie 2,3%/2,1%, werkloosheid 4,1%/4,3%2026-2027 (publicatie april 2026)CPB: De economische impact van hogere energieprijzen door de Iranoorlog (april 2026), tabel 2.1 (PDF)
ECB-medewerkersprojecties september 2026: eurogebied basis en 'severe' scenarioBasis: bbp 0,9% (2026), 1,4% (2027), 1,5% (2028); HICP 3,0%, 2,5%, 2,1%; werkloosheid 5,9% in 2028. Severe: bbp 0,4% in 2027, HICP 5,4% in 2027 en 3,2% in 2028, kerninflatie 3,5% in 20272026-2028 (cut-off 19 augustus 2026)ECB: ECB staff macroeconomic projections for the euro area, September 2026 (Tabel 1 en Tabel C) (HTML)
DNB: olie-afhankelijkheid Nederland sinds jaren zeventigNederland is circa 70% minder afhankelijk van olie als energiebron voor de productie van goederen en diensten dan begin jaren zeventigbegin jaren 70 versus 2026DNB: Olieprijs stijgt: de gevolgen in perspectief (achtergrond 2026) (HTML)

Cijfers opgehaald bij de genoemde bronnen op 4 oktober 2026.

Historische cijfers van stagflatie (7)
CBS rekent 1973-1981 officieel tot de periode 'Stagflatie' in de naoorlogse Nederlandse economieTijdvak 1973-1981; olie-exporterende landen verhoogden in 1973 de olieprijs met 70% en verlaagden de export naar westerse landen elke maand met 5%; tweede oliecrisis 1979/19801973-1981CBS: Vacatures en werklozen na de Tweede Wereldoorlog, hoofdstuk 3.2 Stagflatie (1973-1981), gepubliceerd 14-2-2025
Nederlandse inflatie (CPI jaarmutatie) tijdens de stagflatie-jaren1973: 8,0%; 1974: 9,6%; 1975: 10,2% (piek); 1976: 8,8%; 1977: 6,7%; 1978: 4,1%; 1979: 4,2%; 1980: 6,5%; 1981: 6,7%; 1982: 6,0%1973-1982CBS StatLine 70936NED: Jaarmutatie consumentenprijsindex vanaf 1963 (OData-API, veld JaarmutatieCPI_1)
Reele bbp-groei (volumemutatie) in de stagflatie-jaren1973: 5,3%; 1974: 3,3%; 1975: 0,2%; 1976: 4,3%; 1977: 2,2%; 1978: 2,8%; 1979: 2,1%; 1980: 1,3%; 1981: -0,9%; 1982: -1,3%; 1983: 2,0% (CBS 82262NED, huidige vintage). De CBS-longread geeft iets andere (oudere) cijfers: 1975: 0,0%, 1981: -0,8%, 1982: -1,2%1973-1983CBS StatLine 82262NED: Opbouw binnenlands product (bbp); nr, 1969-2016 (volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar); en CBS Vacatures en werklozen na de Tweede Wereldoorlog, tabel 3.0.1
Werkloosheidspercentage Nederland (enquete beroepsbevolking, teruggerekend) 1969-20211970: 1,6%; 1973: 2,9%; 1975: 4,2%; 1979: 4,6%; 1980: 4,5%; 1981: 5,6%; 1982: 7,4%; 1983: 9,0% (piek); 1984: 8,8%1969-1984CBS StatLine 83752NED: Arbeidsdeelname, vanaf 1969 (Werkloosheidspercentage, totaal personen)
Werkloosheid volgens oudere CBS-definitie (werklozen als % van beroepsbevolking) en vacaturegraad1973: 1,9%; 1975: 3,5%; 1981: 5,7%; 1982: 8,0%; 1983: 9,6% (recordhoogte); vacaturegraad 1983: 0,3% (record laag)1973-1984CBS: Vacatures en werklozen na de Tweede Wereldoorlog, hoofdstuk 3, tabellen per tijdvak
DNB: waarom de jaren zeventig tot stagflatie leidden (loonindexering, winstquote, werkloosheid)Automatische prijscompensatie van lonen in Nederland tot 1982; gemiddelde winstquote niet-financiele bedrijven 34% in 1972-1982 tegenover 40% in 2020-21; werkloosheid begin jaren tachtig meer dan 10% van de beroepsbevolking1972-1982 versus 2020-21DNB: Hoge inflatie, maar context anders dan in de jaren zeventig
Verenigde Staten: stagflatie in cijfers (inflatie en werkloosheid)VS-inflatie 1974: 11,1%, 1979: 11,3%, 1980: 13,5%; werkloosheid (jaargemiddelde) 1975: 8,5%, 1980: 7,2%, 1982: 9,7%1973-1983FRED (Federal Reserve Bank of St. Louis): CPI-inflatie (World Bank-reeks FPCPITOTLZGUSA) en UNRATE (BLS) jaargemiddelden

Veelgestelde vragen over stagflatie

Wat is stagflatie?

Stagflatie is een combinatie van stagnerende economische groei, hoge werkloosheid en oplopende inflatie.

Wanneer was er stagflatie in Nederland?

Het CBS noemt de periode 1973 tot en met 1981 het tijdvak van de stagflatie, na de olieprijsstijging van 1973.